150

Mijn naam is Esther van der Veen. Ik ben getrouwd met Erik en wij hebben 5 kinderen. Na mijn voortgezet onderwijs heb ik eerst een jaar fysiotherapie gestudeerd. Daarna ben ik logopedie gaan studeren op Windesheim. Na mijn studie heb ik op verschillende plekken gewerkt, waaronder de revalidatie, in verpleeghuizen en op het Speciaal onderwijs cluster 4. Als logopedist had ik behoefte om naast de communicatie, me ook bezig te houden met het 'totaalplaatje' van een cliënt. Daarom ben ik me gaan specialiseren in de Sensorische Informatieverwerking. Sinds 2012 werk ik met veel plezier als logopedist/SI-therapeut bij Connect logopedie.

Slecht luisterende kinderen of overprikkelde ouders?

“Zit nou eens stil.”
"Friemel niet zo.”
“Blijf daar eens af.”
“Kijk me eens aan als ik met je praat.”
“Doe niet zo druk.”
“Doe even normaal.”
“Niet op je nagels bijten.”
“Trek niet steeds zo aan je shirt.”
“Let nou eens op.”
“Doe niet zo irritant.”

Zomaar een greep uit de opmerkingen die je als ouder regelmatig tegen je kind maakt. Maar hoe komt het nu dat we dit zeggen? En waarom de ene dag vaker dan de andere? Ligt dat aan je kind? Of misschien aan jezelf? Of hoort dit ‘vervelende’ gedrag nu eenmaal bij onze zoon of dochter en valt ons dit de ene dag meer op dan de andere?

Vervelend gedrag, of toch niet?

Zoals vaak bij zulke vraagstukken ligt het antwoord ergens in het midden. Als ouder(s) zoek je de oorzaak toch vaak bij je kind, die moet het namelijk allemaal nog leren. Maar draai dit eens om. Wat kan je hier als volwassene aan doen? Kijk eens eerlijk naar jezelf. Er zijn vaak uiteenlopende redenen te benoemen voor je gedrag: je hebt haast, je hebt net ruzie gehad met je partner, het was druk op je werk. Vergelijk dit met een prettige dag: je hebt lekker gesport, je bent relaxt, alles loopt op rolletjes. Op deze dagen lijkt dit ‘vervelende’ gedrag van je kind ineens wel mee te vallen.

Je glaasje stroomt over

Stel je een leeg glas voor. Een glas dat zich gedurende de dag vult met een bepaalde hoeveelheid prikkels. De ene volwassene heeft een groter glas dan de andere, wat betekent dat de een meer prikkels kan hebben dan de ander. Door alle zintuigelijke sensaties die dagelijks bij ons binnenkomen, raakt het glas vol: geluiden die je hoort, geuren die je ruikt, smaken die je proeft, bewegingen die je waarneemt en aanrakingen die je voelt. En dan zijn er ook nog eens verwachtingen waaraan je probeert te voldoen. Zonder dat je het beseft, stroomt je glas over. Dat geeft een smeerboel: je wordt boos, gaat huilen, slaat met deuren. Het gevolg? Je glas is leeg, maar opruimen is onontkoombaar.

Hoe voorkom je een overvol glas?

Zorg dat je, gedurende de dag, weet hoe vol je glas is. Neem wanneer nodig een ‘slokje’ om te voorkomen dat het overstroomt: pak die rust, ga wandelen, of trek je even terug. Op deze manier voorkom je een ‘smeerboel’ die je achteraf moet opruimen. Je zal zien dat je de prikkels van je ‘vervelende’ zoon of dochter beter opneemt. En onthoud dat je kind zelf ook een glaasje heeft, en dat deze veel kleiner is dan die van jou. Het ‘vervelende’ gedrag kan een teken zijn dat zijn of haar glaasje ook vol zit …of zelfs overstroomt.