150

Vertelt uw kind thuis wat het op school heeft beleefd? - Narratieve Taal-Teken-Therapie

Vanaf het moment dat uw kind een jaar of 2 is, begint het meestal kleine zinnetjes te maken. Bijvoorbeeld, ‘mama die’ of ‘papa auto’. Dit wordt steeds uitgebreider naarmate het ouder wordt. Dan wordt een begin gemaakt met het vertellen van een verhaal. Rond 4 jaar begint uw kind met het vertellen van eigen ervaringen. Meestal helpt u ze hier nog een beetje mee. Bijvoorbeeld als uw kind bij oma en opa heeft gelogeerd, ‘weet je nog, toen ging opa…’ en uw kind mag vervolgens de vertelling afmaken.

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk is bewezen dat kinderen die moeite hebben met het verstaanbaar vertellen van een logisch, begrijpelijk, verstaanbaar en compleet verhaal, vaak ook meer moeite hebben met (begrijpend) lezen en schrijven. De wetenschap heeft zelfs aangetoond dat een goed ontwikkelde vertelontwikkeling een positieve invloed heeft op het opleidingsniveau van het kind.

Narratieve Taal-Teken-Therapie

Lang niet alle kinderen zijn vertellers. Sommige kinderen zijn stille wateren, diepe gronden. En dat is prima! Er zijn ook kinderen die vastlopen in het vertellen van een verhaal.  Dit kan te maken hebben met de zinsontwikkeling, de woordontwikkeling, het taalbegrip en/of de verstaanbaarheid. Voor deze kinderen gebruik ik een methode die ook wel Narratieve Taal-Teken-Therapie (NTTT) wordt genoemd, ontwikkeld door Claudia Blankenstijn. Hierbij maken we gebruik van de ervaringen van uw kind zelf. Soms vertellen we bijvoorbeeld over wat uw kind net of in het weekend heeft gedaan, op de fiets naar school of lekker buiten gespeeld. Uw kind zet dit op papier middels een tekening. Dit geeft veel visuele ondersteuning. Tijdens het tekenen werken we aan de woordenschat, zinsbouw en het taalbegrip.

Belangrijke regels

Een paar regels zijn erg belangrijk bij de NTTT:

  • Het verhaal is echt gebeurd. Er worden geen fantasieverhalen gebruikt. Dit is heel belangrijk omdat je eigen ervaringen meet aan anderen. Fantasieverhalen houden ontwikkeling tegen. Deze verhalen komen na de therapie.
  • Er ligt geen druk op het verhaal en de taalontwikkeling. Het is een verhaal van uw kind zelf, alles mag genoemd worden. Binnen een ontspannen en persoonlijke context wordt er aan de taal- en spraakproblemen gewerkt. Claudia Blankenstijn, de ontwikkelaar van de therapie, noemt dit ‘geweldloos communiceren’.

Hoe zelf starten?

Start in het hier en nu en gebruik dagelijkse onderwerpen. Uw kind kan zelf het verhaal aandragen, maar u kunt ook vragen naar de gebeurtenissen van die dag. Misschien heeft uw kind wel een torretje gevonden in het gras, of is er op school iets gebeurd waarover het wil vertellen. Later kan uw kind steeds beter terug vertellen over gebeurtenissen die eerder plaatsvonden. De vragen die u kunt stellen aan uw kind bij het vertellen, zijn bijvoorbeeld:

  • Waar was het?
  • Wanneer was het?
  • Wie waren er(bij)?
  • Wat is er gebeurd?
  • Hoe is het gebeurd?
  • Was er een probleem waar een oplossing voor is gevonden?
  • Is er een ‘moraal in het verhaal’ gevonden?

Tijdens het tekenen vatten wij als volwassenen continue het verhaal samen. Zo maken we voor uw kind een logische volgorde, zodat het verhaal meer geordend in zijn/haar hoofd terechtkomt. Deze methode is erg leuk om thuis te doen met uw kind. Ga eens zitten op een regenachtige dag en maak samen een tekening van een gebeurtenis. U zult zien dat er soms meer uit komt dan dat u in eerste instantie zou denken.

Meer weten over de NTTT? Kijk eens op de site van Claudia Blankenstijn of vraag uw logopedist er naar.